Columns en Archief

Erbij horen

01 February 2021
Door: Jeffrey Wijnberg

Jaren terug kwam een oom van mij binnenvallen en was zeer verbolgen: ‘Is er weer eens een jaarconferentie van mijn beroepsvereniging en hebben zij mij niet eens uitgenodigd!’. Ik heb hem even laten uitrazen, om vervolgens de vraag te stellen: ‘ben jij in het verleden ooit op de jaarconferentie geweest?’

Typerend voor mijn oom was het antwoord: ‘nee, natuurlijk niet; je bent gek als je bij die club wilt horen’. In het verlengde van deze (waargebeurde) anekdote is de (bekende) mop van Sam en Moos: beiden zitten in een restaurant en bestellen twee biefstuk met brood. Als de kelner de bestelling brengt zien beide heren twee biefstukken: de één iets groter dan de ander. Sam zegt: ‘neem jij maar eerst’, waarop Moos zegt: ‘nee, jij mag voorgaan’, waarop Sam zegt: ‘prima, dankje’; en pakt de grotere biefstuk. Er valt een drukkende stilte en na een tijdje vraagt Sam aan Moos: ‘wat heb je toch, waarom kijk je zo beteuterd?’ Moos zegt: ‘nogal logisch als jij zo egoïstisch bent’. Sam: ‘maar als jij was voorgegaan, welke biefstuk had jij dan gepakt?’ Moos gedecideerd: ‘de kleine natuurlijk’. Sam glimlachend: ‘die heb je nu toch!’. In beide verhalen zit een belangrijk psychologisch fenomeen verscholen: niemand wil op zijn plek gezet worden, ook al is die plek precies de plek waar de persoon zijn wil. Dit gegeven is ook aan de orde als het gaat om kritiek: de mens kan, in een bui van openhartigheid, zichzelf bekritiseren, maar als anderen het van harte met hem eens zijn, dan is hij maar al te gauw in zijn wiek geschoten. Ook op mijn spreekuur vertonen patiënten hetzelfde gedrag. Laatst zei Hanneke (31): ‘ik voel mij nogal egoïstisch nu ik een weekend wegga met een vriendin en de kinderen parkeer bij mijn schoonouders’. Als ik opmerk dat haar gevoel klopt, zegt Hanneke geraakt: ‘zoiets kan ik wel van mijzelf zeggen, maar jij niet; de bedoeling is dat jij mijn schuldgevoel ontzenuwt’. Al deze verhalen zijn voor mij reden om mensen te wantrouwen wanneer zij uitspraken doen als ‘ik heb nooit het idee gehad dat ik ergens bij hoor’ of ‘ik voel mij anders dan anderen; en sta daardoor altijd buiten de groep’. In werkelijkheid gaat het hier doorgaans om mensen die ook nergens bij willen horen om zichzelf als uitzonderlijk te kunnen zien. Heimelijk gaan zij er prat op om dat-wat-iedereen-altijd-doet juist niet te doen of omgekeerd: dat-wat-iedereen-niet-doet juist wel te doen. Zij plaatsen zichzelf buiten de groep om niet als meeloper gezien te worden.

Nu wordt vaak beweerd dat mensen kuddedieren zijn. En dat klopt. Maar tegelijkertijd wil de mens ook als uniek (exemplaar) gezien worden. Om dat te bereiken hoeft hij alleen maar een éénmanspartij op te richten; en dan vervolgens steen en been klagen dat hij door niemand wordt begrepen en door iedereen wordt verguisd.

 


Lees ook:

Bekijk alle columns

Reacties

Er heeft nog niemand gereageerd op deze pagina.

RSS feed van de reacties op deze pagina | RSS-feed voor alle reacties

Plaats uw reactie