Columns en Archief

Jeugdzorg

08 april 2019
Door: Jeffrey Wijnberg

Overal in het land zijn instellingen die vallen onder jeugdzorg. En de berichten zijn steevast dat de hulpverleners het (veel te) druk hebben met alle aanvragen van ontspoorde jongeren. Heel erg verbaasd ben ik niet. Want als ouders er niet meer uitkomen met hun eigen zorg, hoe gemakkelijk is het dan niet om die zorg over te dragen aan de experts.

Mijn mening is dat kinderen niet thuishoren in de hulpverlening. Om op jonge leeftijd de boodschap te krijgen dat je niet spoort, is simpelweg niet een boodschap die je een kind wilt meegeven. Natuurlijk kan er, ook op jonge leeftijd, sprake zijn van een stoornis, zoals bekend is bij kinderen die zich anders gedragen (autisme) of problemen hebben met lezen (dyslexie) en bewegen (dystonie). En in een dergelijk geval is advies en begeleiding van deskundigen geen overbodige luxe. Maar dit zijn de uitzonderingen. Een groot deel van de aanmeldingen bij jeugdzorg gaat om kinderen van ouders die een deugdelijke opvoeding laten liggen. Dat deze kinderen van slechte opvoeders vervolgens problematisch gedrag vertonen (schoolverzuim, onaangepast sociaal gedrag, gebrekkige concentratie, emotionele uitbarstingen en leerproblemen) is logisch, maar tegelijkertijd een probleem die valt onder de directe verantwoordelijkheid van de ouder. Daar komt nog bij dat er ook genoeg ouders zijn die enerzijds prima acteren in de opvoeding, maar tegelijkertijd overbezorgd zijn als hun kind net even niet goed voor de dag komt. Dat kunnen kinderen zijn die een moeilijke groeifase doormaken; en wat slechter presteren of brutaler zijn dan normaal en zich terugtrekken op hun kamer om te gamen. Ook deze kinderen horen niet naar de hulpverlener gestuurd te worden omdat het gaat om faseproblemen, oftewel: problemen die zich in de tijd als vanzelf oplossen. Als er al iemand een bezoek moet brengen aan de hulpverlener, dan is het één of beide ouders, om hun taak als opvoeder weer naar behoren te kunnen uitvoeren. Zo bekeken zou het daarom aan te raden zijn om de naam ‘jeugdzorg’ te vervangen door ‘familiezorg’. Immers, met het accent op de familie, blijven de kinderen in eerste instantie buiten schot; en kunnen degenen, die primair verantwoordelijk zijn, aangesproken worden op hun (wan)gedrag. Op dit moment in tijd werk ik samen met een coalitie van jeugdhulpinstellingen (GO! voor Jeugd). Ik coach de therapeuten in de provocatieve stijl om met ouders een kritisch gesprek aan te gaan over verantwoordelijkheid. Alle medewerkers zijn razend enthousiast zijn, vooral omdat zij het zat zijn om voor het karretje gespannen te worden van lieden die –soms uit onvermogen- hun taak als ouders verzaken.

Kinderen zijn kinderen. En dat betekent dat zij een lange weg moeten afleggen om ooit als zelfstandige wezens een normaal leven te kunnen leiden. Gelukkig biedt het leven zelf genoeg kansen om tot wasdom te komen. En met veel liefde, discipline en (ouderlijk) gezag is een hulpverlener overbodig.

 


Lees ook:

Bekijk alle columns

Reacties

Er heeft nog niemand gereageerd op deze pagina.

RSS feed van de reacties op deze pagina | RSS-feed voor alle reacties

Plaats uw reactie